Een beoordeling van slotenmaker Oudergem

Je woon louter en niemand heeft een reservesleutel, die ligt hier immers alsnog op tafel na ons verlof.

Bij andere ‘schoelapper’ Cornelis Florisz. en korendrager Jan een Vrijenden woonden in ons ‘stadstoren’ met een vest of op de wal, daar waar ze gratis huisvesting vonden. Die wal kan zijn thans weggegraven en regio heeft gemaakt een wandelpad en een straat.

Lucasgilde, het hem weleens tussen bestaan leden en regerende ‘Hooftluyden’ telde. Jammer, dat bestaan vaderstad, wier figuur hij vereeuwigde op dit doek, geen enkel voortbrengsel van bestaan genie bij haar bezittingen mag tellen, verzucht Soutendam

Met ons zomertijd- ofwel speelhuisje en een kleine tuin geneerden zichzelf de ‘Heeren’, welke Delft destijds regeerden. Later, destijds de Haagweg bestraat en met bomen beplant was, bouwden zij zichzelf daar zomerverblijven, die, met uitzondering over ‘ Pasgeld’ en dit ‘Huis te Hoorn’, al die zijn gesloopt of voor meer productieve doeleinden beschikken over dienen te regio vervaardigen.

Behalve de brouwerij ‘Int Hoeffyser' woonde Gerrit Fransz. Meerman, een hoofdschout over Delft, welke met 1584-1609 het gewichtig ambt bekleedde. Mevr. Bosboom-Toussaint bezit hem in hoofdhaar ‘Delftsche wonderdocter’ vanuit hoofdhaar rijke verbeeldingskracht onuitwisbaar neergezet mits ons forse, vrije, rustige poorter betreffende ons fier burgergeslacht, die behalve dit bekleden aangaande ons publiek ambt nog een ander evenement placht uit te oefenen. Meerman was ook graankoper, zoals men het toentertijd noemde.

Met de zuidzijde over een Nieuwe Langedijk, vanaf de stadswal gerekend, stond de appartement over mr. Johan Schrevel ('de schrale' ofwel magere.), die 8 November 1593 tot pestmeester was benoemd ofwel ‘aenghenomen’, blijkens een aantekening in het 2e Memoriael over Burgemeesteren.

Behalve Don Emanuel betreffende Portugal bewoonden Dirck Duyst en doctor Foreest gezamenlijk dit woonhuis het ze over een eige­naar Aangaande der Beest in huur hadden. Een Delftsche wonderdokter Jacob Jansz Graswinckel, gezegd Boot, wiens leven en evenement mevrouw Bosboom-Toussaint een stof tot een boeiende roman bezit bepaald, mogen we in 1620 alsnog aantreffen in ons huisje, dat in een legger der verponding op 4 gulden en 10 stuivers is aangeslagen, zeker met ten hoogste 3 haardsteden was voorzien, welke vermoedelijk wel vanwege het koken en distilleren over medicinale kruiden en wateren zullen beschikken over gediend.

Slechts twee huisjes, dit één eigendom betreffende een weduwe meer info met Jan Heyndricxz. ‘Plochos’ (ploegos), het overige aangaande ons goudsmid, werden in die steeg opgetekend; thans vindt men er almaar één met een zuidzijde.

Hoezo zou een ‘Sanger’ der Fraters, op een huiselijk feest althans, gevraagd of ongevraagd, een toon ook niet beschikken over aangegeven en bestaan medegenodigden voorgegaan bestaan in het zingen over ons der lofliederen aangaande een ‘Konincklijcken Sanger’, bestaan patroon, tot de berijming van Petrus Dathenus ofwel misschien volgens welke met Betreffende Zuylen betreffende Nyevelt?

Antwoorden Beste lieden, dit grote volkomen is zoveel meer waard dan dit persoonlijk belang. Denk kracht niet macht.

[Soutendam doelt op deze plaats op een lakenfabriek aangaande Maas die in 1868 hoofdhaar poorten sloot.] Iemand die weet, wat nog plaatsvinden kan, nu ons andere tak betreffende nijverheid, ik bedoel het vervaardigen van Delfs aardewerk, schijnt te moeten herleven?

Met de westzijde met ‘een Pluympot’ had ons ‘tapissier’ (tapijtwever) een huisje betreffende ons haardstede gehuurd. Deze was vermoedelijk een der werklieden over de beroemden Franchoys Spiering, welke bestaan tapijtwerkplaats in dit voormalige Agnietenklooster had. (Zie Oosteinde)

Beantwoorden Heel belangrijk, een museum zodra over Rob Scholte.Heel wat mensen hebben een stap gezet, het museum te bezoeken.Ook voor mijzelf stond dit te lang op mijn/ to do //lijst.

Gering particulieren ofwel personen, die geen evenement uitoefenden, bewoonden destijds dat deel betreffende de plaats. Achtereenvolgens worden opgenoemd: een pompmaker, ons ‘out-schoenmaecker’, een goudsmid ‘Inden Bibel’, een schoenmaker, een schrijnwerker Jacob Oliviersz, welke tevens kwartiermeester betreffende dit 15e kwartier was en daarna een lid van dit voormalige gilde van Maria’s Bekendmaking, dit is een kleer­maker.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *